Natasja Bennink

Uitdagende levensgrote bronzen sculpturen die het menselijk lichaam gebruiken als drager van hun betekenis.

Kunstwerk van Natasja Bennink | Mijn minnaar en ik
Mijn minnaar en ik, brons, 40 cm hoog
De eisprong
De eisprong, brons, 70 cm hoog
I
I, brons, 90 cm hoog
Mijn lief was hier; kom je nog even terug?
Mijn lief was hier; kom je nog even terug?
brons, 40 cm breed x 25 cm hoog
detail Een man
detail Een man, brons, 170 cm hoog
z.t.
z.t., brons & rvs, 230 cm hoog
Jezina
Jezina, brons & rvs, 12 cm hoog
Monument Titus Brandsma
Monument Titus Brandsma, brons, 230 cm hoog
Zwarte Venus
Zwarte Venus, brons, 60 cm hoog
Vrouw
Vrouw, brons, 22 cm hoog

Het doel van Natasja Bennink (1974) is beelden neer te zetten die communiceren met een universeel maatschappelijk geëngageerde inhoud. Beelden die fysieke ervaring geven in een veld van betekenissen en herkenning oproepen die tegelijkertijd provoceert. Haar werk bestaat voornamelijk uit levensgrote bronzen sculpturen, waarbij het menselijk lichaam gebruikt wordt als drager van betekenis: de mens als allegorie. Het lichamelijke biedt voor Natasja Bennink een referentiekader om te laten zien hoe het persoonlijke verweven is met het maatschappelijke en omgekeerd; de dialoog tussen de gebruikers van de openbare ruimte; hun persoonlijke realiteit en de culturele, maatschappelijke actualiteit in relatie met haar werk.

Een belangrijk thema in het werk van Natasja Bennink is de positie en verbeelding van de vrouw, balancerend op het snijvlak van beeldende kunst en samenleving.

Door de gehele kunstgeschiedenis heen zijn er vele venusbeelden gemaakt en is de vrouw op vele manieren afgebeeld. Heden ten dage is de vrouw zowel cliché als icoon in de snelle beeldcultuur. De 'venusbeelden' van Natasja Bennink zijn een ode aan de vrouw van nu en de toekomst, herkenbaar voor de hedendaagse mens, met een vleugje 'girlpower'.

Natasja Bennink hanteert een rauwe toets en reduceert de anatomie van het model tot de voornaamste lijnen en vormen. Hierdoor ontstaat een beeld dat niet volledig is maar middels lacunes en gaten een spanning oproept die het model overstijgt. Tijdens het werkproces komt het werk in diverse stadia terecht. Het vertrekpunt is de menselijke anatomie. Essentieel daarbij is de daadwerkelijke aanwezigheid van het model. Het menselijk lichaam fungeert als vertaling van het concept. De plaats die de mens als individu inneemt, in het spanningsveld van zelfontplooiing en zelfverheerlijking, vertaalt Natasja Bennink door vooral haar eigen lichaam als uitgangspunt te gebruiken.

Natasja Bennink volgde haar opleiding aan de de academie Minerva te Groningen.